geld
-
KWdJ
- Berichten: 30
- Lid geworden op: zaterdag 18 aug 2007 8:04 pm
- Locatie: Alphen aan den Rijn
- Contacteer:
geld
Beste forumgebruikers,
Mogelijk is de vraag hier al eens voorbij gekomen, maar kan iemand mij aangeven hoe ik inkomsten en aanslagen moet interpreteren: met name wat is ongeveer de financiële positie van de betrokkenen geweest? Ik las al wel ergens dat het bij de drie getallen om resp. guldens, stuivers en penningen gaat. Met een verwijzing naar een artikel/boek zou ik ook erg blij zijn.
Voorbeeld 1 en 2
Personele goedschatting 1703: 60-0-0
Personele goedschatting 1703: 5-4-0
Voorbeeld 3 en 4:
Quotisatie 1749, een aanslag van 6-16-0
Quotisatie 1749, een aanslag van 37-9-0
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
Mogelijk is de vraag hier al eens voorbij gekomen, maar kan iemand mij aangeven hoe ik inkomsten en aanslagen moet interpreteren: met name wat is ongeveer de financiële positie van de betrokkenen geweest? Ik las al wel ergens dat het bij de drie getallen om resp. guldens, stuivers en penningen gaat. Met een verwijzing naar een artikel/boek zou ik ook erg blij zijn.
Voorbeeld 1 en 2
Personele goedschatting 1703: 60-0-0
Personele goedschatting 1703: 5-4-0
Voorbeeld 3 en 4:
Quotisatie 1749, een aanslag van 6-16-0
Quotisatie 1749, een aanslag van 37-9-0
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
-
hesseldewalle
- Berichten: 1487
- Lid geworden op: dinsdag 5 sep 2006 11:44 am
- Locatie: Eelde
- Contacteer:
Omrekening
Ha,
Volgens mij is deze omrekening te vinden in de quotisatiekhieren zelf. Ik heb het een keer uitgeplozen blijkens het volgende:
18 Carolieguldens 1 stuiver en 3 penningen. Daaruit valt af te leiden dat hij een vermogen had van ongeveer 3000 Carolieguldens. En dat was voor het midden van de achttiende eeuw een redelijk vermogen.
Maar de omrekening zelf heb ik niet bij de hand.
Hessel
Volgens mij is deze omrekening te vinden in de quotisatiekhieren zelf. Ik heb het een keer uitgeplozen blijkens het volgende:
18 Carolieguldens 1 stuiver en 3 penningen. Daaruit valt af te leiden dat hij een vermogen had van ongeveer 3000 Carolieguldens. En dat was voor het midden van de achttiende eeuw een redelijk vermogen.
Maar de omrekening zelf heb ik niet bij de hand.
Hessel
Geïnteresseerd in grafschriften en andere opschriften van voor 1811
Op Tresoar gevonden:
http://www.tresoar.nl/mmtresoar/main/co ... lectie.css
Het geldstelsel in de 18de eeuw
Deze pagina maakt deel uit van de website van Tresoar, klik op deze link om de pagina in de juiste context te bekijken.
Het geldstelsel dat we tot het invoeren van de Euro in Nederland kenden, gebaseerd op guldens en centen, dateerde uit het einde van de Franse tijd. Niettemin bleven oudere muntsoorten tot het midden van de negentiende eeuw in omloop.
Ten tijde van de Republiek had elk gewest zijn eigen muntslag. Dit betekende niet, dat ook elke provincie zijn eigen geldstelsel had. Integendeel, de munten leken overal sterk op elkaar en waren ook in de gehele republiek geldig. Daar de waarde van een munt destijds werd bepaald door zijn goud- of zilvergehalte waren er ook zeer vele buitenlandse munten in omloop. Met behulp van tarievenboekjes was het mogelijk om van Duitse, Franse, Engelse, Spaanse, Portugese en andere geldstukken de juiste waarde te berekenen.
Het geldstelsel uit die tijd leek sterk op het stelsel dat tot voor kort in Engeland in gebruik was. Men rekende in guldens, stuivers en penningen. Een stuiver had de waarde van zestien penningen, terwijl de caroligulden - genoemd naar Karel V - 20 stuivers waard was. In de achttiende eeuwgebruikte men bijna uitsluitend nog deze caroligulden, waarvan het symbool was: ₤ (pond). De aloude florijn of goudgulden ter waarde van 28 stuivers en de philipsgulden (25 stuivers) waren bijna in het vergeetboek geraakt, al werd de goudgulden nog wel eens gebruikt bij transacties in onroerend goed. De daalder, van 30 stuivers, werd nog wel als rekeneenheid gehanteerd. Bekende veelvouden van de stuiver waren het dubbeltje en de schelling, twee resp. zes stuivers.
Cor Seinstra
http://www.tresoar.nl/mmtresoar/main/co ... lectie.css
Het geldstelsel in de 18de eeuw
Deze pagina maakt deel uit van de website van Tresoar, klik op deze link om de pagina in de juiste context te bekijken.
Het geldstelsel dat we tot het invoeren van de Euro in Nederland kenden, gebaseerd op guldens en centen, dateerde uit het einde van de Franse tijd. Niettemin bleven oudere muntsoorten tot het midden van de negentiende eeuw in omloop.
Ten tijde van de Republiek had elk gewest zijn eigen muntslag. Dit betekende niet, dat ook elke provincie zijn eigen geldstelsel had. Integendeel, de munten leken overal sterk op elkaar en waren ook in de gehele republiek geldig. Daar de waarde van een munt destijds werd bepaald door zijn goud- of zilvergehalte waren er ook zeer vele buitenlandse munten in omloop. Met behulp van tarievenboekjes was het mogelijk om van Duitse, Franse, Engelse, Spaanse, Portugese en andere geldstukken de juiste waarde te berekenen.
Het geldstelsel uit die tijd leek sterk op het stelsel dat tot voor kort in Engeland in gebruik was. Men rekende in guldens, stuivers en penningen. Een stuiver had de waarde van zestien penningen, terwijl de caroligulden - genoemd naar Karel V - 20 stuivers waard was. In de achttiende eeuwgebruikte men bijna uitsluitend nog deze caroligulden, waarvan het symbool was: ₤ (pond). De aloude florijn of goudgulden ter waarde van 28 stuivers en de philipsgulden (25 stuivers) waren bijna in het vergeetboek geraakt, al werd de goudgulden nog wel eens gebruikt bij transacties in onroerend goed. De daalder, van 30 stuivers, werd nog wel als rekeneenheid gehanteerd. Bekende veelvouden van de stuiver waren het dubbeltje en de schelling, twee resp. zes stuivers.
Cor Seinstra
- Maikel Galama
- Berichten: 3128
- Lid geworden op: dinsdag 6 dec 2005 12:31 pm
- Locatie: Workum
geld
Hoi Klaas-Willem,
ook op het stamboomforum is er wel eens over gepraat, zie:
http://www.stamboomforum.nl/hulp/2/5691/0
Afgelopen week kwam ik in Lutkewierum in de gevel van de kerk een leuke gedenksteen tegen. De tekst vind ik wel passend:
ANNO DNI 1557
DE XXXI MARTII DOE IS DESE
KERCKE ANGELEIT DOE IS
DAT BROET COFT VOER XII ST(UIVERS)
Groetjes, Maikel
ook op het stamboomforum is er wel eens over gepraat, zie:
http://www.stamboomforum.nl/hulp/2/5691/0
Afgelopen week kwam ik in Lutkewierum in de gevel van de kerk een leuke gedenksteen tegen. De tekst vind ik wel passend:
ANNO DNI 1557
DE XXXI MARTII DOE IS DESE
KERCKE ANGELEIT DOE IS
DAT BROET COFT VOER XII ST(UIVERS)
Groetjes, Maikel
- Hinke Westra
- Berichten: 567
- Lid geworden op: zaterdag 10 dec 2005 4:52 pm
- Contacteer:
- Hinke Westra
- Berichten: 567
- Lid geworden op: zaterdag 10 dec 2005 4:52 pm
- Contacteer:
-
KWdJ
- Berichten: 30
- Lid geworden op: zaterdag 18 aug 2007 8:04 pm
- Locatie: Alphen aan den Rijn
- Contacteer:
Hallo Hinke,
Ik ben bijzonder blij met je aanbod. Het gaat om drie situaties:
1)
samenstelling: 2 volwassenen, geen kinderen
aanslag: 6-16-0
geen verhoging
2)
samenstelling: 3 volwassenen, 2 kinderen
aanslag: 37-9-0
verhoging 6
3)
samenstelling: 3 volwassenen, 5 kinderen
aanslag: 36-11-0
verhoging 9
Mogelijk vraag ik teveel, maar kun je na de berekening van het vermogen ook aangeven, hoe ik dat qua welstand van het betrokken gezin moet interpreteren?
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
Ik ben bijzonder blij met je aanbod. Het gaat om drie situaties:
1)
samenstelling: 2 volwassenen, geen kinderen
aanslag: 6-16-0
geen verhoging
2)
samenstelling: 3 volwassenen, 2 kinderen
aanslag: 37-9-0
verhoging 6
3)
samenstelling: 3 volwassenen, 5 kinderen
aanslag: 36-11-0
verhoging 9
Mogelijk vraag ik teveel, maar kun je na de berekening van het vermogen ook aangeven, hoe ik dat qua welstand van het betrokken gezin moet interpreteren?
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
-
KWdJ
- Berichten: 30
- Lid geworden op: zaterdag 18 aug 2007 8:04 pm
- Locatie: Alphen aan den Rijn
- Contacteer:
Hallo anderen (Hinke reageerde in feite al op onderstaande),
Het terugrekenen van de aanslag naar het vermogen is bij de personele goedschatting vrij eenvoudig. De aanslag bedroeg 1 % van het vermogen. Blijft de vraag hoe vervolgens dat vermogen te interpreteren valt: welke welstand hoort daarbij. De discussie op stamboomforum - zie de eerdere reactie - helpt wel een stukje op weg, maar toch maar een beetje. Dat wordt op die site ook gesteld.
Het gaat in dit geval om de personele goedschatting van Arnoldus Revius in Dokkum. Zijn vermogen wordt gesteld op 6000 gulden. Hij is daarmee een van de rijksten van de stad. Hij behoort als ik het zo zie toch zeker tot de 'top tien'.
Als ik 6000 gulden op de genoemde site omreken, kom ik uit op 131.000 Euro.
Als je tegenwoordig financieel tot de 'top tien' van Dokkum zou behoren, dan denk ik dat het om een bedrag zou moeten gaan dat tenminste enkele factoren tien hoger ligt.
Enzovoort.
Wie kan enig licht op deze problematiek werpen? In het geval van de personele goedschatting in Dokkum kan ik nu zelf wel een inschatting maken als het om deze Arnoldus Revius gaat. Maar als de bedragen een stuk lager liggen?
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
Het terugrekenen van de aanslag naar het vermogen is bij de personele goedschatting vrij eenvoudig. De aanslag bedroeg 1 % van het vermogen. Blijft de vraag hoe vervolgens dat vermogen te interpreteren valt: welke welstand hoort daarbij. De discussie op stamboomforum - zie de eerdere reactie - helpt wel een stukje op weg, maar toch maar een beetje. Dat wordt op die site ook gesteld.
Het gaat in dit geval om de personele goedschatting van Arnoldus Revius in Dokkum. Zijn vermogen wordt gesteld op 6000 gulden. Hij is daarmee een van de rijksten van de stad. Hij behoort als ik het zo zie toch zeker tot de 'top tien'.
Als ik 6000 gulden op de genoemde site omreken, kom ik uit op 131.000 Euro.
Als je tegenwoordig financieel tot de 'top tien' van Dokkum zou behoren, dan denk ik dat het om een bedrag zou moeten gaan dat tenminste enkele factoren tien hoger ligt.
Enzovoort.
Wie kan enig licht op deze problematiek werpen? In het geval van de personele goedschatting in Dokkum kan ik nu zelf wel een inschatting maken als het om deze Arnoldus Revius gaat. Maar als de bedragen een stuk lager liggen?
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
- Hinke Westra
- Berichten: 567
- Lid geworden op: zaterdag 10 dec 2005 4:52 pm
- Contacteer:
Hallo Klaas Willem, je brengt me gelijk al in de problemen
Het eerste gezin kan de aanslag niet betalen van de 6-16 moet 7-4 voor gemaal en zout betaald worden en 1-5 voor tabak. Dit kan niet dus hoe e.e.a. dan geregeld werd weet ik zo niet. Mogelijk staat daar meer over in de boekjes maar dat is veel tekst waar ik nu even niet aan toe kom. Ga er dus maar van uit dat ze arm waren
en het kapitaal beneden de 100 caroligulden lag.
Het tweede gezin heeft een vermogen van 1000 caroligulden, tenminste als ik de verhoging niet meereken. Ook daarover zie ik zo niets in de tabellen staan.
Hun aanslag is 37-9 daar gaat 10-16+3-4 af voor gemaal en zout en 1-5 voor tabak is 22-4 is volgens de tabel een kapitaal van 1000. Maar hoe het dus met die verhoging zit weet ik niet.
Het zelfde geldt dan voor het 3e gezin:
36-11 min 10-16 min 8 min 1-5 = 16-10 is een kapitaal van 500 caroligulden.
groet, Hinke Woudt-Westra.
Het eerste gezin kan de aanslag niet betalen van de 6-16 moet 7-4 voor gemaal en zout betaald worden en 1-5 voor tabak. Dit kan niet dus hoe e.e.a. dan geregeld werd weet ik zo niet. Mogelijk staat daar meer over in de boekjes maar dat is veel tekst waar ik nu even niet aan toe kom. Ga er dus maar van uit dat ze arm waren
Het tweede gezin heeft een vermogen van 1000 caroligulden, tenminste als ik de verhoging niet meereken. Ook daarover zie ik zo niets in de tabellen staan.
Hun aanslag is 37-9 daar gaat 10-16+3-4 af voor gemaal en zout en 1-5 voor tabak is 22-4 is volgens de tabel een kapitaal van 1000. Maar hoe het dus met die verhoging zit weet ik niet.
Het zelfde geldt dan voor het 3e gezin:
36-11 min 10-16 min 8 min 1-5 = 16-10 is een kapitaal van 500 caroligulden.
groet, Hinke Woudt-Westra.
-
ejdijkstra
- Berichten: 16
- Lid geworden op: donderdag 15 dec 2005 4:00 am
- Locatie: Nieuw Zeeland
Beste Klaas-Willem en mede forumgebruikers,
Voor al diegenen die het geld van vroeger willen omrekenen naar huidige waarden is er de volgende interessante website: http://www.iisg.nl/hpw/calculate.php
Daar kan men ook terecht voor andere valuta omrekeningen van vroeger tijden. Je moet dan voor jezelf uitmaken of iemand arm dan wel rijk was.
In de quotisatiekohieren van 1749 wordt bijvoorbeeld één van mijn voorouders met een vermogen van 1500 Caroliguldens omschreven als een redelijk welgestelde boer. ( Dat vertaalt naar vandaag als ca.
€ 15000.--)
Hoop je hiermee wat te kunnen helpen.
M.vr.gr. E J Dijkstra
Voor al diegenen die het geld van vroeger willen omrekenen naar huidige waarden is er de volgende interessante website: http://www.iisg.nl/hpw/calculate.php
Daar kan men ook terecht voor andere valuta omrekeningen van vroeger tijden. Je moet dan voor jezelf uitmaken of iemand arm dan wel rijk was.
In de quotisatiekohieren van 1749 wordt bijvoorbeeld één van mijn voorouders met een vermogen van 1500 Caroliguldens omschreven als een redelijk welgestelde boer. ( Dat vertaalt naar vandaag als ca.
€ 15000.--)
Hoop je hiermee wat te kunnen helpen.
M.vr.gr. E J Dijkstra
-
KWdJ
- Berichten: 30
- Lid geworden op: zaterdag 18 aug 2007 8:04 pm
- Locatie: Alphen aan den Rijn
- Contacteer:
Hallo,
Hinke, hartelijk bedankt, hier kan ik wat mee.
EJ Dijkstra, het is en blijft een fascinerend onderwerp.
Wat mij 'puzzelt' is het feit dat de site bij een redelijk welgestelde boer het vermogen omrekent van 1500 caroliguldens naar 15.000 euro, terwijl een dergelijke boer tegenwoordig al gauw miljonair zal zijn.
Ander voorbeeld. Een arbeider verdiende in de jaren '30 als ik me goed herinner 10 à15 gulden per week. Per jaar dus 500 à750 gulden. Nu zullen we het al gauw over 20.000 à25.000 euro hebben. In ruim zeventig jaar is er dus al sprake van een explosieve groei, laat staan over zo'n drie eeuwen.
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
Hinke, hartelijk bedankt, hier kan ik wat mee.
EJ Dijkstra, het is en blijft een fascinerend onderwerp.
Wat mij 'puzzelt' is het feit dat de site bij een redelijk welgestelde boer het vermogen omrekent van 1500 caroliguldens naar 15.000 euro, terwijl een dergelijke boer tegenwoordig al gauw miljonair zal zijn.
Ander voorbeeld. Een arbeider verdiende in de jaren '30 als ik me goed herinner 10 à15 gulden per week. Per jaar dus 500 à750 gulden. Nu zullen we het al gauw over 20.000 à25.000 euro hebben. In ruim zeventig jaar is er dus al sprake van een explosieve groei, laat staan over zo'n drie eeuwen.
Hartelijke groet,
Klaas-Willem.
Dag allen,
Dit soort berekeningen zijn altijd moeilijk, want je hebt niet alleen te maken met inflatie, maar ook met de waarde in het economisch verkeer. Kijk bijvoorbeeld nu eens naar de prijs van een koe en de prijs van een rijtuig. De laatste is vele malen duurder. Vroeger was dat net andersom, een goede koe (met een hoge melkproductie) was duurder dan een Friese sjees.
Ander voorbeeld, je kunt nu voor een paar dubbeltjes een kilo zout kopen bij de supermarkt, vroeger was zout vele malen duurder in verhouding. Bij peper is het verschil nog weer veel groter, denk aan de uitdrukking 'peperduur'.
Wat misschien een tip is: kijk naar een inventaris, opgemaakt na een sterfgeval, en noteer daaruit de waarde van de diverse spullen, levende have, landerijen en dergelijke. Dan krijg je een beetje idee van de welgesteldheid. Dergelijke inventarissen zijn te vinden in de stukken van de Nedergerechten en ook wel het Hof van Friesland. Beide bronnen zijn te vinden op de studiezaal van Tresoar.
Dit soort berekeningen zijn altijd moeilijk, want je hebt niet alleen te maken met inflatie, maar ook met de waarde in het economisch verkeer. Kijk bijvoorbeeld nu eens naar de prijs van een koe en de prijs van een rijtuig. De laatste is vele malen duurder. Vroeger was dat net andersom, een goede koe (met een hoge melkproductie) was duurder dan een Friese sjees.
Ander voorbeeld, je kunt nu voor een paar dubbeltjes een kilo zout kopen bij de supermarkt, vroeger was zout vele malen duurder in verhouding. Bij peper is het verschil nog weer veel groter, denk aan de uitdrukking 'peperduur'.
Wat misschien een tip is: kijk naar een inventaris, opgemaakt na een sterfgeval, en noteer daaruit de waarde van de diverse spullen, levende have, landerijen en dergelijke. Dan krijg je een beetje idee van de welgesteldheid. Dergelijke inventarissen zijn te vinden in de stukken van de Nedergerechten en ook wel het Hof van Friesland. Beide bronnen zijn te vinden op de studiezaal van Tresoar.