In 1642 trouwt in de Doopsgezinde Vlaamse Gemeente Harlingen Jan Johannis met Hylck Tyardts.
Jan woont te Makkum.
Het ledenboek van de Doopsgezinde Gemeente te Makkum begint pas bij 1696.
Nu heb ik enige tijd geleden van Theo Terpstra het volgende ontvangen:
Bijgaand de verkorte tekst van een akte van een lening van de Jan Johannis mennisten te Maccum. Op 28 december 1658 bekennen Robijn Hilles ende Dirckien Douuedr, echteluijden t’Maccum, schuldig en ten achteren te sijn aen Otte Gerrijts ende Take Piers als voorstanders der armen van Jan Johannis ministen t’Maccum voorschreven d’somma van 80 car.gls heercomende van de coop van seeckere huijsinge cum annexis staende t’Maccum voorschreven over d’Cleije Zijlroede. Aflossing dient jaarlijks plaats te vinden in 4 termijnen van 20 car.gls in mei 1659, 1660, 1661 en 1662. De obligatie wordt op 23 september 1665 in de hypotheekboeken van Wonseradeel geregistreerd.
Hier wordt gesproken over de Jan Johannis mennisten, maar we kennen (tot op heden) alleen de Jan Jacobsgezinde Minnisten, de Waterlanderse Minnisten en de Vlaamse Minnisten.
Zou Jan Johannis een leraar van de Makkumer Vlaamse Minnisten kunnen zijn?
Of is Jan Johannis toch een leraar van de Jan Jacobsgezinde Gemeente?
Jan Johannisgemeente te Makkum
-
lieuwe durksz
- Berichten: 19
- Lid geworden op: dinsdag 3 jan 2006 1:52 pm
- Locatie: Apeldoorn
Jan Johannisgemeente te Makkum
Lieuwe Durksz
Re: Jan Johannisgemeente te Makkum
Beste Lieuwes Durks,
Ik denk dat hij een leraar is van de Vlaamse gemeente te Makkum. Gezien zij huwelijk, dat ik Harlingen is gesloten
Laat je niet misleiden door de gelijksoortige namen.
Het was in die tijd nogal een overstap van de Vlaamse gemeente naar de conservatieve gemeente der Jan Jacobsgezinden.
Groeten van Simkos
Ik denk dat hij een leraar is van de Vlaamse gemeente te Makkum. Gezien zij huwelijk, dat ik Harlingen is gesloten
Laat je niet misleiden door de gelijksoortige namen.
Het was in die tijd nogal een overstap van de Vlaamse gemeente naar de conservatieve gemeente der Jan Jacobsgezinden.
Groeten van Simkos
-
lieuwe durksz
- Berichten: 19
- Lid geworden op: dinsdag 3 jan 2006 1:52 pm
- Locatie: Apeldoorn
-
Dennis_1964
- Berichten: 1
- Lid geworden op: dinsdag 21 apr 2026 4:10 pm
Re: Jan Johannisgemeente te Makkum
Over de Jan Johannis uit Makkum die in 1642 met Hylck Tyardts trouwde is, vooral via het testament dat zijn broer Gerlof Johannis liet opstellen, nog wel het een en ander te vertellen.
Gerlof Johannis was een Bergervaarder (daarover later meer) die in 1658 van de erfgenamen van Jan Jansen de Boer en Griet Aris een pand kocht aan de Noorderhaven in Harlingen (Zie: kleinekerkstraat.nl : 'Harlingen, zoek je huis', Noorderhaven 60).) Vanaf 1697 tot 1730 wordt dit pand in parten gekocht door eerst Douwe Jansen (Bergervaarder en koopman), en later door zijn weduwe (Trijntje Jacobs Popta) en (hoogstwaarschijnlijk) zijn dochter Hylkjen Douwes (weduwe van Douwe Keimpes Vlasblom).
De parten worden verkocht door Johannes Symens (koopman te Makkum, 1697, 1/7 huis), de erfgenamen van Jacob Symens (Kuiper), (smakschipper te Harlingen, 1698, 1/7 huis, zie ook GJB 2012), de erfgenamen van Jacob Jetzes Roorda en Acke Jans, 1/7 huis, 1700, zie ook GJB 1984), Sjoukje Symens (weduwe Heere Jaities, te Makkum, 1716) en door Jacob, Johannes en Sytske Tjebbes (te Workum, 2/7 huis, 1730) Zij zijn de erfgenamen van Tjebbe Douwes, die in 1700 1/7 deel van het pand kocht van Tjerne Lolkes uit Makkum.)
Deze verkoop in parten doet vermoeden dat de genoemde personen familie van elkaar zijn, en dat wordt bevestigd door het testament van Gerlof Johannis. In dit in 1688 opgemaakte testament (Tresoar toegang 15 inv.nr. 16781) laat hij het volgende na:
* aan zijn vrouw Ucke Sierx: 500 carolieguldens, 'om te trekken uit een obligatie van 700 Cargs: leggende tot laste van Heere Jaitjes, waarvoor mijn w: swager Sijmon Jacobs in leven borg is geworden, bij gevolge tot nadele van zijn kinderen';
* aan Tettien Auckes (dochter van Aucke Andries) eveneens 500 carolieguldens, 'om te trekken uit de oudste obligatie tot 1000 Cargs, leggende ten laste van Boyen Claessen, huijsman tot Tzummarum';
* aan Douwe Jansen, Bergervaarder en burger binnen Harlingen, 500 Cargs (eveneens te halen uit een obligatie die door Boyen Claessen wordt gehouden
* aan Siouck Sijmens, een dochter van w. Sijmen Jacobs en Eelck Johannes 600 Cargs (uit een obligatie bij Gerrit Jarigs en Jatske Haantjes tot Tzummarrum),
* aan de kinderen van Jacob Sijmens, burger en smackschipper tot Harlingen, waarvan de vader de vruchten zal genieten tot het jongste kind twintig jaar is, en waarover tot die tijd 'mijn broeder Douwe Joannes daer van het bewint sall hebben' (uit de 'jongste obligatie tot laste van Boyen Claessen, 'ook 1000 Cargs')
* aan Acke Jans, 'een dogter van mijn w: broeder Jan Joannes, en huijsvrouw van Jacob Jetses', 300 Cargs (uit een obligatie die zij bij Gerlof Joannes hebben) en ook nog 200 Cargs uit de obligatie van 700 waarvan Ulcke Sierx de ander 200 toekomt.
* aan Tierne Lolkces, 'de zoon van mijn w: suster Wijb Joannes tot Maccum' 350 Cargs, te trekken uit de obligatie van 500 gld, 'leggende ten laste van de Landtschappen van Frieslant'
* aan Antie Heeres, 'de dogter van Siouck Sijmons' 150 Cargs (uit het restant van de obligatie bij de 'Landtschappen van Frieslant'
* aan Maycke en Joannes Sijmens, 'een dogter en soon van w. Sijmen Jacobs en Eelck Joannes elck een silveren lepel';
* aan Grietie Diuvis (?), huisvrouw van Marten Eeuwkes (?) 25 Cargs aan geld,
* aan Jacob Sijmens: 'zes van mijn hemden, mijn mantel, ende mijn swarte lakense broek.'
* aan Aucke Andries, 'een soon van mijn huijsvrouw Ucke Sierx ook zes van mijn hemden', 'ende het overige van mijn linnen en wollen tot mijn lijf behorende, sal mijn vrouwe Ucke Zierkx dirigeren en bestellen, daer ende aan die gene, waer en aan wien zij goedt duncken sal';
* aan 'mijn broeder Douwe Joannes tot Maccum' 400 Cargs (uit de jongste obligatie van 1000 Cargs leggende tot laste van Boyen Claessen), 'noch aan deselve mijn broeder Douwe Joannes mijn beste swart lakense rock, mijn silveren kroes, ende twee silveren lepels, mitsgaders legatere nog aan Douwe Joannes voornmt soo lange hij leeft [de] jaarlijkse opcomsten en huyren van huijs staende binnen dese steede, aen de Suytkandt van de Noorderhaven bij Douwe Jansen bergervaarder bewoont; waer tegens/tevens(?) hij Douwe Joannes soo lange hij leeft,het jaarlijcks onderholt tot [dit] huijs gerequireert wordende ook sal dragen, en doen';
* 'ende voorts willende en begerende, dat na mijn broeder Douwe Joannes sijn doot, soo opkomsten als eijgendommen van [dit] huis, sall [... ?? ] op de zoon van mijn broeder Douwe Joannes, op de zoon van mijn w. suster Wijb Joannes, op de kinderen van mijn w: broeder Jan Joannes, ende op de kinderen van mijn w. suster Eelck Joannes, om met malcander te weten aan ijder van mijn Broeders en Susters kinderen, hooft voor hooft, en om daer van even veel te trecken'.
Het testament maakt duidelijk dat Joannes en een onbekende vrouw 5 kinderen met in 1688 nog levende kinderen hadden:
* Gerlof Joannes (die zelf geen kinderen had)
* Douwe Joannes (met de zoon Tiebbe Douwes)
* Wijb Joannes (met de zoon Tjerne Lolkes)
* Eelck Joannes (met de kinderen Jacob, Joannes, Siouck en Maijcke Sijmens bij Sijmen Jacobs)
* Jan Joannes (met de kinderen Acke, Keimpe en Douwe).
* Douwe Joannes huwde eerst met Gaatske Tiebbes uit Heerenveen (Trouwregister Gerecht Schoterland, 19-02-1651) en later met Aefcke Hylckis uit Workum. (Ondertrouwregister Gerecht Workum, 10-07-1665). De zoon Tiebbe Douwes huwde eerst Sytscke Gerlofs uit Makkum (aangegeven door haar vader Gerlof Poppes, Trouwregister Gerecht Wonseradeel, 21-05-1678) en later Agnieta Jacobs uit Workum (Trouwregister Hervormde gemeente Makkum, met attestatie naar Workum, 8-04-1685). Tiebbe Douwes was in 1698 eigenaar voor de helft eigenaar van stem 37 in Oosterend (de andere helft was van Ente Hylckes).
Uit het huwelijk van Tiebbes zoon Jacob (met Hipke Aukes uit Woudsend) komt de familie Lootsma voort.)
* Wijb Joannes was waarschijnlijk getrouwd met Lolke Tiernes. In 1685 wordt ene 'Tienne Loelkes von Maccum [Makkum], anabaptista' burger van Emden (bron: mpaginae.nl/At/Emdenburgerboek.htm, gezien: april 2026)
* Uit het huwelijk van Eelck Joannes en Sijmen Jacobs kwam o.a. de familie Kuiper uit Harlingen voort (zie GJB 2012). Opmerkelijk is het dat daarin als kinderen van Sijmen N.N. en N.N. worden genoemd: Jacob, Maayke, Johannes en Lieuwe of N.N. Siouck ontbreekt daar dus helemaal, terwijl de vader of moeder van Hitje Lieuwes, een van de erfgenamen van Maayke Sijmens en Sierck Haayes, wordt gepresenteerd als een broer of zus van Jacob Sijmens etc. Het testament van Gerlof Joannes maakt het aannemelijker dat Hitje Lieuwes een (bloed)verwant was van Sierck Haayes. Waarom Siouck geen erfgenaam was van Maayke, of zo niet wordt benoemd, is onduidelijk - zij was in 1694 nog in leven.
* Jan Joannes trouwde dus in 1642 met Hylck Tiardts. In 1698 was stem 25 te Pingjum voor 1/3 in bezit van de erfgenamen van Jacob Jetses (en Acke Jans), voor 1/3 in bezit van Douwe Jansen te Harlingen en voor 1/3 in bezit van Douwe Keympes te Vlieland. Bij het laatste staat opgemerkt dat dit aandeel eerst op naam stond van Keimpe Jans kinderen.
In 1640 was stem 25 in Pingjum in bezit van Douwe Keympes uit Harlingen. Via kleinekerkstraat.nl (Harlingen, zoek je huis: Voorstraat 37) is na te gaan dat in 1652 Pytter Joris Piphron een 1/2 huis koopt op de Voorstraat in Harlingen. Daarbij staat het volgende vermeld: 'koper bezit met zijn zuster Syntie Piphron als de andere 1/2. Gekocht van Tierck Keimpes, die het erfde van zijn broer Douwe Keimpes') E.e.a. combinererd maakt het aannemelijk dat Hylck Tiardts een dochter was van deze Tierck Keimpes.
Keimpe Jans trouwde met Trijntie Jans van Makkum (Trouwregister Hervormde gemeente Makkum, 6-1-1672). Keimpe was schipper (volgens de Sonttolregisters woonachtig op Vlieland en later te Makkum). In de stadsarchieven van Amsterdam is een attestatie te vinden (Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 5236, aktenummer 122343) waarin Marritje Claes, huisvrouw van Tjerck Cornelis, Annetje Tjercks, huisvrouw van Jan Jans, beide wonend in Amsterdam namens Evertje IJsbrants, wed. van Jan Janz. Belder van Terschelling verklaren dat zij 'omtrent vi (?) jaren geleden, sittend op haar stoep in de Ramskoysteeg' met een kind genaamd Tjerck Kempes de vader van het kind ('Kempe Jans van Maccum') voorbij zagen komen en hebben gezegd 'dat is u kind, wilt gij het niet medenemen?'; en dat Kempe Jans op de hoek van de Nieuwendijk is blijven staan, en het kind gezien hebbende, de Nieuwendijk is op gegaan en niet bij zijn kind is gekomen. En dat zij, omtrent anderhalf later, een schuytevoerder naar het schip van Kempe Jans heeft laten gaan om hem te laten weten dat het kind bij haar thuis en is door hem gehaald kan worden, waarop hij volgens de schuytevoerder zou hebben gezegd dat hij het kind niet uit haar huis wil halen, maar dat als zij 'sijn kind bij hem wilde brengen en op zijn sgoot zette, [?] alsdan zoude ontfangen'. In 1684 machtigt Tjerck Cornelis, 'makelaer binnen dese stad', voogd van Tjerck Kempes, het nagelaten kind van Kempe Jans, Gerrit Vermeij om zijn zaken te behartigen. (Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 5240, aktenummer 116646).
Op 20 oktober 1686 laat Tjerck Keimpes ('sestien jaren woonende op der schellingh') een testament opmaken in Amsterdam (Stadsarchief Amsterdam archieftoegang 5075, inventarisnummer 5075, pagina 572 [zoekopdracht Transkribus: 'kijmpe* acke']). Aan Douwe Keympes, 'sijn halve broeder', laat hij 50 guldens na, aan Acke Jans ('sijn moeye [tante], woonende omtrent Pinjum in Vrieslandt'), syn Testateurs portie in de vaste goederen huysen land kalckovens, als anders tot pinjum ende tot mackum gelegen.'. Aan Tjerck Cornelis, zijn voogd, 100 guldens, aan Cornelis Cornelisz. Smit vijftig guldens, aan Acke Tjerks twee zilveren lepels.
Als enige en universele erfgenaam van zijn resterende na te laten goederen wijst hij zijn grootmoeder Evertje IJsbrandts aan en mocht zij dan reeds overleden zijn dan gaat de erfenis naar haar broers Jacob, Pieter, Arjen en Cornelis IJsbrandts, allen voor een vierde part.
Op 23 december 1696 treedt ene Tjerck Keijmpes uit Der Schelling als matroos in dienst van de VOC. Hij vertrekt op het schip Lands Welvaren naar Batavia en overlijdt 10 dagen later op woensdag 2 januari.
Hylkien Douwes, een dochter van Douwe Jansen, trouwde met Douwe Keimpes Vlasbloem, hoogstwaarschijnlijk haar neef. (Trouwregister Gerecht Harlingen, 25-9-1706, attestatie van of naar Vlieland). Jan Douwes, een zoon van Douwe Jansen, trouwde met Sytske Reynders (Trouwregister Gerecht Harlingen 7-12-1709). Hieruit ontstond o.a. de familie Zeilmaker.
Nog terugkomend op de term 'Bergervaarder': het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de term verwijst naar schippers die op Bergen (Noorwegen) varen, maar dit is hier niet het geval: in 1661 komt ene Geerloff Johannis, wonende te Harlingen, handelaar en schipper van beroep voor in een notariele akte die is opgemaakt in Bergen op Zoom. (West Brabants Archief te Brabant, Notariële archieven, Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0085, Periode: 1661, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventarisnummer 0085, 21 april 1661, Notaris Govaert Stempel, Minuutakten, 1661, aktenummer 39). Andere personen in de akte zijn werkzaam in de pottenbakkerij. In het Zeeuws Archief komt veelvuldig (1645 - 1670) de persoon 'Geerloff Johannis' voor, als 'schipper varend met aardewerk potten van Bergen op Zoom'. Hetzelfde geldt voor 'Douwe Johannis' (1665 - 1693) en Douwe Jans (kennelijk wordt er in het Zeeuws Archief vanuit gegaan dat dit dezelfde persoon betreft). Zij staan in de genoemde jaren vermeld in het tolregister van Zeeland (tolplaats: Bergen op Zoom). Ook is er een testament van Geerloff Johannis dat hij op 4 november 1669 in Zierikzee liet opmaken. (Zeeuws Archief, Notariële archieven, Rechterlijke, Weeskamer en Notariële Archieven Schouwen-Duiveland, 1498-1811, Zierikzee, archieftoegang 5025, inventarisnummer 3997, 04-11-1669, Akten van notaris Leonart Gaenders te Zierikzee, aktenummer 126). In dit testament zijn 'Wouke Sijrx' en Tjenne Loeckes de begunstigden.
Dat er in de 17e en 18e eeuw een levendige handel plaatsvond tussen Friesland en Bergen op Zoom blijkt uit de vele vermeldingen van Friese schippers en handelaren in de Zeeuwse tolregisters.
Gerlof Johannis was een Bergervaarder (daarover later meer) die in 1658 van de erfgenamen van Jan Jansen de Boer en Griet Aris een pand kocht aan de Noorderhaven in Harlingen (Zie: kleinekerkstraat.nl : 'Harlingen, zoek je huis', Noorderhaven 60).) Vanaf 1697 tot 1730 wordt dit pand in parten gekocht door eerst Douwe Jansen (Bergervaarder en koopman), en later door zijn weduwe (Trijntje Jacobs Popta) en (hoogstwaarschijnlijk) zijn dochter Hylkjen Douwes (weduwe van Douwe Keimpes Vlasblom).
De parten worden verkocht door Johannes Symens (koopman te Makkum, 1697, 1/7 huis), de erfgenamen van Jacob Symens (Kuiper), (smakschipper te Harlingen, 1698, 1/7 huis, zie ook GJB 2012), de erfgenamen van Jacob Jetzes Roorda en Acke Jans, 1/7 huis, 1700, zie ook GJB 1984), Sjoukje Symens (weduwe Heere Jaities, te Makkum, 1716) en door Jacob, Johannes en Sytske Tjebbes (te Workum, 2/7 huis, 1730) Zij zijn de erfgenamen van Tjebbe Douwes, die in 1700 1/7 deel van het pand kocht van Tjerne Lolkes uit Makkum.)
Deze verkoop in parten doet vermoeden dat de genoemde personen familie van elkaar zijn, en dat wordt bevestigd door het testament van Gerlof Johannis. In dit in 1688 opgemaakte testament (Tresoar toegang 15 inv.nr. 16781) laat hij het volgende na:
* aan zijn vrouw Ucke Sierx: 500 carolieguldens, 'om te trekken uit een obligatie van 700 Cargs: leggende tot laste van Heere Jaitjes, waarvoor mijn w: swager Sijmon Jacobs in leven borg is geworden, bij gevolge tot nadele van zijn kinderen';
* aan Tettien Auckes (dochter van Aucke Andries) eveneens 500 carolieguldens, 'om te trekken uit de oudste obligatie tot 1000 Cargs, leggende ten laste van Boyen Claessen, huijsman tot Tzummarum';
* aan Douwe Jansen, Bergervaarder en burger binnen Harlingen, 500 Cargs (eveneens te halen uit een obligatie die door Boyen Claessen wordt gehouden
* aan Siouck Sijmens, een dochter van w. Sijmen Jacobs en Eelck Johannes 600 Cargs (uit een obligatie bij Gerrit Jarigs en Jatske Haantjes tot Tzummarrum),
* aan de kinderen van Jacob Sijmens, burger en smackschipper tot Harlingen, waarvan de vader de vruchten zal genieten tot het jongste kind twintig jaar is, en waarover tot die tijd 'mijn broeder Douwe Joannes daer van het bewint sall hebben' (uit de 'jongste obligatie tot laste van Boyen Claessen, 'ook 1000 Cargs')
* aan Acke Jans, 'een dogter van mijn w: broeder Jan Joannes, en huijsvrouw van Jacob Jetses', 300 Cargs (uit een obligatie die zij bij Gerlof Joannes hebben) en ook nog 200 Cargs uit de obligatie van 700 waarvan Ulcke Sierx de ander 200 toekomt.
* aan Tierne Lolkces, 'de zoon van mijn w: suster Wijb Joannes tot Maccum' 350 Cargs, te trekken uit de obligatie van 500 gld, 'leggende ten laste van de Landtschappen van Frieslant'
* aan Antie Heeres, 'de dogter van Siouck Sijmons' 150 Cargs (uit het restant van de obligatie bij de 'Landtschappen van Frieslant'
* aan Maycke en Joannes Sijmens, 'een dogter en soon van w. Sijmen Jacobs en Eelck Joannes elck een silveren lepel';
* aan Grietie Diuvis (?), huisvrouw van Marten Eeuwkes (?) 25 Cargs aan geld,
* aan Jacob Sijmens: 'zes van mijn hemden, mijn mantel, ende mijn swarte lakense broek.'
* aan Aucke Andries, 'een soon van mijn huijsvrouw Ucke Sierx ook zes van mijn hemden', 'ende het overige van mijn linnen en wollen tot mijn lijf behorende, sal mijn vrouwe Ucke Zierkx dirigeren en bestellen, daer ende aan die gene, waer en aan wien zij goedt duncken sal';
* aan 'mijn broeder Douwe Joannes tot Maccum' 400 Cargs (uit de jongste obligatie van 1000 Cargs leggende tot laste van Boyen Claessen), 'noch aan deselve mijn broeder Douwe Joannes mijn beste swart lakense rock, mijn silveren kroes, ende twee silveren lepels, mitsgaders legatere nog aan Douwe Joannes voornmt soo lange hij leeft [de] jaarlijkse opcomsten en huyren van huijs staende binnen dese steede, aen de Suytkandt van de Noorderhaven bij Douwe Jansen bergervaarder bewoont; waer tegens/tevens(?) hij Douwe Joannes soo lange hij leeft,het jaarlijcks onderholt tot [dit] huijs gerequireert wordende ook sal dragen, en doen';
* 'ende voorts willende en begerende, dat na mijn broeder Douwe Joannes sijn doot, soo opkomsten als eijgendommen van [dit] huis, sall [... ?? ] op de zoon van mijn broeder Douwe Joannes, op de zoon van mijn w. suster Wijb Joannes, op de kinderen van mijn w: broeder Jan Joannes, ende op de kinderen van mijn w. suster Eelck Joannes, om met malcander te weten aan ijder van mijn Broeders en Susters kinderen, hooft voor hooft, en om daer van even veel te trecken'.
Het testament maakt duidelijk dat Joannes en een onbekende vrouw 5 kinderen met in 1688 nog levende kinderen hadden:
* Gerlof Joannes (die zelf geen kinderen had)
* Douwe Joannes (met de zoon Tiebbe Douwes)
* Wijb Joannes (met de zoon Tjerne Lolkes)
* Eelck Joannes (met de kinderen Jacob, Joannes, Siouck en Maijcke Sijmens bij Sijmen Jacobs)
* Jan Joannes (met de kinderen Acke, Keimpe en Douwe).
* Douwe Joannes huwde eerst met Gaatske Tiebbes uit Heerenveen (Trouwregister Gerecht Schoterland, 19-02-1651) en later met Aefcke Hylckis uit Workum. (Ondertrouwregister Gerecht Workum, 10-07-1665). De zoon Tiebbe Douwes huwde eerst Sytscke Gerlofs uit Makkum (aangegeven door haar vader Gerlof Poppes, Trouwregister Gerecht Wonseradeel, 21-05-1678) en later Agnieta Jacobs uit Workum (Trouwregister Hervormde gemeente Makkum, met attestatie naar Workum, 8-04-1685). Tiebbe Douwes was in 1698 eigenaar voor de helft eigenaar van stem 37 in Oosterend (de andere helft was van Ente Hylckes).
Uit het huwelijk van Tiebbes zoon Jacob (met Hipke Aukes uit Woudsend) komt de familie Lootsma voort.)
* Wijb Joannes was waarschijnlijk getrouwd met Lolke Tiernes. In 1685 wordt ene 'Tienne Loelkes von Maccum [Makkum], anabaptista' burger van Emden (bron: mpaginae.nl/At/Emdenburgerboek.htm, gezien: april 2026)
* Uit het huwelijk van Eelck Joannes en Sijmen Jacobs kwam o.a. de familie Kuiper uit Harlingen voort (zie GJB 2012). Opmerkelijk is het dat daarin als kinderen van Sijmen N.N. en N.N. worden genoemd: Jacob, Maayke, Johannes en Lieuwe of N.N. Siouck ontbreekt daar dus helemaal, terwijl de vader of moeder van Hitje Lieuwes, een van de erfgenamen van Maayke Sijmens en Sierck Haayes, wordt gepresenteerd als een broer of zus van Jacob Sijmens etc. Het testament van Gerlof Joannes maakt het aannemelijker dat Hitje Lieuwes een (bloed)verwant was van Sierck Haayes. Waarom Siouck geen erfgenaam was van Maayke, of zo niet wordt benoemd, is onduidelijk - zij was in 1694 nog in leven.
* Jan Joannes trouwde dus in 1642 met Hylck Tiardts. In 1698 was stem 25 te Pingjum voor 1/3 in bezit van de erfgenamen van Jacob Jetses (en Acke Jans), voor 1/3 in bezit van Douwe Jansen te Harlingen en voor 1/3 in bezit van Douwe Keympes te Vlieland. Bij het laatste staat opgemerkt dat dit aandeel eerst op naam stond van Keimpe Jans kinderen.
In 1640 was stem 25 in Pingjum in bezit van Douwe Keympes uit Harlingen. Via kleinekerkstraat.nl (Harlingen, zoek je huis: Voorstraat 37) is na te gaan dat in 1652 Pytter Joris Piphron een 1/2 huis koopt op de Voorstraat in Harlingen. Daarbij staat het volgende vermeld: 'koper bezit met zijn zuster Syntie Piphron als de andere 1/2. Gekocht van Tierck Keimpes, die het erfde van zijn broer Douwe Keimpes') E.e.a. combinererd maakt het aannemelijk dat Hylck Tiardts een dochter was van deze Tierck Keimpes.
Keimpe Jans trouwde met Trijntie Jans van Makkum (Trouwregister Hervormde gemeente Makkum, 6-1-1672). Keimpe was schipper (volgens de Sonttolregisters woonachtig op Vlieland en later te Makkum). In de stadsarchieven van Amsterdam is een attestatie te vinden (Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 5236, aktenummer 122343) waarin Marritje Claes, huisvrouw van Tjerck Cornelis, Annetje Tjercks, huisvrouw van Jan Jans, beide wonend in Amsterdam namens Evertje IJsbrants, wed. van Jan Janz. Belder van Terschelling verklaren dat zij 'omtrent vi (?) jaren geleden, sittend op haar stoep in de Ramskoysteeg' met een kind genaamd Tjerck Kempes de vader van het kind ('Kempe Jans van Maccum') voorbij zagen komen en hebben gezegd 'dat is u kind, wilt gij het niet medenemen?'; en dat Kempe Jans op de hoek van de Nieuwendijk is blijven staan, en het kind gezien hebbende, de Nieuwendijk is op gegaan en niet bij zijn kind is gekomen. En dat zij, omtrent anderhalf later, een schuytevoerder naar het schip van Kempe Jans heeft laten gaan om hem te laten weten dat het kind bij haar thuis en is door hem gehaald kan worden, waarop hij volgens de schuytevoerder zou hebben gezegd dat hij het kind niet uit haar huis wil halen, maar dat als zij 'sijn kind bij hem wilde brengen en op zijn sgoot zette, [?] alsdan zoude ontfangen'. In 1684 machtigt Tjerck Cornelis, 'makelaer binnen dese stad', voogd van Tjerck Kempes, het nagelaten kind van Kempe Jans, Gerrit Vermeij om zijn zaken te behartigen. (Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 5240, aktenummer 116646).
Op 20 oktober 1686 laat Tjerck Keimpes ('sestien jaren woonende op der schellingh') een testament opmaken in Amsterdam (Stadsarchief Amsterdam archieftoegang 5075, inventarisnummer 5075, pagina 572 [zoekopdracht Transkribus: 'kijmpe* acke']). Aan Douwe Keympes, 'sijn halve broeder', laat hij 50 guldens na, aan Acke Jans ('sijn moeye [tante], woonende omtrent Pinjum in Vrieslandt'), syn Testateurs portie in de vaste goederen huysen land kalckovens, als anders tot pinjum ende tot mackum gelegen.'. Aan Tjerck Cornelis, zijn voogd, 100 guldens, aan Cornelis Cornelisz. Smit vijftig guldens, aan Acke Tjerks twee zilveren lepels.
Als enige en universele erfgenaam van zijn resterende na te laten goederen wijst hij zijn grootmoeder Evertje IJsbrandts aan en mocht zij dan reeds overleden zijn dan gaat de erfenis naar haar broers Jacob, Pieter, Arjen en Cornelis IJsbrandts, allen voor een vierde part.
Op 23 december 1696 treedt ene Tjerck Keijmpes uit Der Schelling als matroos in dienst van de VOC. Hij vertrekt op het schip Lands Welvaren naar Batavia en overlijdt 10 dagen later op woensdag 2 januari.
Hylkien Douwes, een dochter van Douwe Jansen, trouwde met Douwe Keimpes Vlasbloem, hoogstwaarschijnlijk haar neef. (Trouwregister Gerecht Harlingen, 25-9-1706, attestatie van of naar Vlieland). Jan Douwes, een zoon van Douwe Jansen, trouwde met Sytske Reynders (Trouwregister Gerecht Harlingen 7-12-1709). Hieruit ontstond o.a. de familie Zeilmaker.
Nog terugkomend op de term 'Bergervaarder': het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de term verwijst naar schippers die op Bergen (Noorwegen) varen, maar dit is hier niet het geval: in 1661 komt ene Geerloff Johannis, wonende te Harlingen, handelaar en schipper van beroep voor in een notariele akte die is opgemaakt in Bergen op Zoom. (West Brabants Archief te Brabant, Notariële archieven, Notariële archieven Bergen op Zoom, Bron: boek, Deel: 0085, Periode: 1661, Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventarisnummer 0085, 21 april 1661, Notaris Govaert Stempel, Minuutakten, 1661, aktenummer 39). Andere personen in de akte zijn werkzaam in de pottenbakkerij. In het Zeeuws Archief komt veelvuldig (1645 - 1670) de persoon 'Geerloff Johannis' voor, als 'schipper varend met aardewerk potten van Bergen op Zoom'. Hetzelfde geldt voor 'Douwe Johannis' (1665 - 1693) en Douwe Jans (kennelijk wordt er in het Zeeuws Archief vanuit gegaan dat dit dezelfde persoon betreft). Zij staan in de genoemde jaren vermeld in het tolregister van Zeeland (tolplaats: Bergen op Zoom). Ook is er een testament van Geerloff Johannis dat hij op 4 november 1669 in Zierikzee liet opmaken. (Zeeuws Archief, Notariële archieven, Rechterlijke, Weeskamer en Notariële Archieven Schouwen-Duiveland, 1498-1811, Zierikzee, archieftoegang 5025, inventarisnummer 3997, 04-11-1669, Akten van notaris Leonart Gaenders te Zierikzee, aktenummer 126). In dit testament zijn 'Wouke Sijrx' en Tjenne Loeckes de begunstigden.
Dat er in de 17e en 18e eeuw een levendige handel plaatsvond tussen Friesland en Bergen op Zoom blijkt uit de vele vermeldingen van Friese schippers en handelaren in de Zeeuwse tolregisters.